maandag 28 mei 2012

Mei

De laatste volle maand. Ik moet toch wel zeggen dat ze gevlogen is als alle anderen, hoewel ik in het begin verveeld aan het uitkijken was naar België. Nu op het einde is het omgekeerd, sorry jongens maar ik wil hier niet weg, voor geen geld van de wereld. Ik heb nog een goede 3 weken te gaan en de wanhoop slaagt al toe. Nog zo veel om te doen, veel te weinig tijd, en vooral al de vrienden die voorgoed uit het leven zullen verdwijnen.

Na het thuiskomen van de hooglanden was de Feria Internacional (internationale jaarmarkt) nog bezig. Internationaal betekent in dit geval niet meer dan Latijns-Amerika, maar het was leuk om over de markt rond te wandelen, die waarschijnlijk een grote had van een 6-tal voetbalvelden, en daar rond te kijken naar Peruviaanse tapijten, handgeweven hangmatten uit Nicaragua en Ecuador, houtsnijwerken uit Brazilië en hopen indianen uit heel het continent, van de laatste Maya’s tot Inca’s en Apachen uit het noorden. Verder was er nog de veemarkt en tractormarkt. Stom dat ik elke keer mijn camera vergat, nu heb ik geen foto’s van die indianen met hun veertooien. We zijn verder gegaan met feesten uiteraard, 3 dagen op rij naar de openluchtdiscotheek die schandalig goedkoop was (maar dat is des te beter natuurlijk) Op zondag 6 mei ben ik dan nog een laatste keer langsgelopen op de Artesanías afdeling om de laatste souvenirs in te slagen die ik nog nodig had voor in België. Maar waarschijnlijk koop ik er toch nog enkele extra als ik ze in de laatste weken ergens zie. Daarop volgde de verjaardag van mijn counselor, waar ik toch maar naar toe ben geweest en wat vrij leuk uitdraaide, wat nieuwe mensen leren kennen en lang zitten praten met een kerel die zowel Amerikaanse, Panamese en Venezolaanse nationaliteit had.

In de weekends heb ik de gewoonte ontwikkelt om mijn spullen bijeen te pakken en mij in Mc Donald’s te zetten, omwille van het internet, en de burgers natuurlijk. Je zou denken dat ik dikker zou worden, maar toen ik mezelf onlangs op de weegschaal zette zag ik dat ik nog altijd 5 kilo ben afgevallen sinds ik hier ben aangekomen in juli vorig jaar. Dan in de week blijf ik doorgaan met mijn vrijwilligerswerk in de school voor kindjes met gebreken. Ik blijf er ook van overtuigd dat het de grootste schatten op aarde zijn, en een paar hebben mijn naam al geleerd, wat voor hen toch wel een prestatie is! Elke ochtend begint met het gebruikelijke geknuffel met de mongooltjes, hoewel ze nu wel allemaal dag komen zeggen. Ontroerend elke keer weer. Ik ben dan op vrijdag 18 naar de verjaardag van de school geweest, waar elke klas een optreden moest doen voor het gigantische publiek van ouders, grootouders en alle andere familieleden die er hier alleen maar in Latijns-Amerika bestaan. Voor deze massa hebben wij ons wekenlang ingeoefende dansje gedaan, wat op groot applaus onthaald werd, en allemaal waren ze enorm trots op zichzelf. Die zaterdag toen we uitgingen met de beste vrienden van de klas heb ik nog een meisje ontmoet, met wie ik ondertussen al enkele keren ben uitgeweest, ik moet toegeven dat ik ze wel leuk vindt en ik hoop omgekeerd ook. Spijtig dat het maar 3 weken meer zijn dus.

De dinsdag daarop ben ik voor dag en dauw vertrokken naar Penonome, naar het huis van Chayenne. Daar hebben we met een heleboel studenten weeral van een zalig ontbijt genoten, voordat we met Afs-bus naar de luchthaven zijn vertrokken. Afscheid gaan nemen van Chayenne. Onze fair-share van Panamese problemen hebben we ook nog tegengekomen onderweg, alsof men niet wou dat ze vertrok. We kregen een klapband onderweg naar de hoofdstad, maar er waren genoeg mensen die stopten om te helpen zodat we spoedig al terug op weg waren. Op de ring koos de Panamese chauffeur de weg die tolvrij was omdat hij de 5 dollar tol wou uitsparen. File uiteraard. Gevolg dat we in tijdnood kwamen, er was nog maar een anderhalf uur te gaan voor de check in zou sluiten en het was nog een flink eind rijden. We hebben die weg dan verlaten en zijn opweg gegaan naar de tolweg, maar de oprit was gesloten. Lekker illegaal zijn we er dan via de afrit opgeraakt, kwamen we toch nog op tijd aan in Tocumen. Daar werd het vrij emotioneel, niet voor ons, Belgen, want wij zien haar in België nog terug, maar vooral voor de ouders van Chayenne en Chayenne zelf. Dat deed mij dan denken aan de weinige tijd die ik nog maar over had, kleine depressie dus. Om middernacht waren we thuis en dan ging de week weer doodgewoon verder. Vrijdag was er nog het kunstfestivalletje op de school waar alle kinderen hun kunstwerken trots tentoonstelden, maar verder is er sindsdien niet veel meer gebeurd.

We zijn nu maandag 28 mei en ik kijk uit naar de enkele feestjes die nog in deze week zullen vallen, het lege weekend dat ik nog kan vullen en de laatste klastrip en afs-bijeenkomst in juni. Nogmaals zou ik graag hebben dat het nog maanden langer zou duren.

woensdag 2 mei 2012

April

Deze maand was hoewel ik het niet verwacht had toch een van de drukste tot nu toe. Dingen die vorige week nog maar gebeurd zijn lijken al eeuwen ver weg. Het eerste weekend van de maand was het Pasen. Pasen is hier (of toch bij mij thuis) voorbijgegaan alsof het een gewone dag was. Geen chocolade paaseieren of hazen, gewoon een zondag, hoewel dat mijn mama wel naar de kerk is geweest ’s ochtends. In de Goede Week ervoor, was er ook niet veel te beleven, buiten dan dat we voor de eerste keer in het jaar vis hebben gegeten. Te zout klaargemaakt weliswaar. Met Stille Zaterdag ben ik nog naar een feestje geweest in de middle of nowhere, playa Cambutal. Er is geen openbaar vervoer tot daar, het ligt op 2u van de verst gelegen stad in het land. Een zware vergissing dus, want zoals verwacht was er dus bijna helemaal niemand. Loes vertelt mij de volgende dag dan hoe zalig het feestje hier in Chitre was.

Deze week die op Pasen volgde ben ik begonnen als vrijwilliger in het IPHE, het panamees instituut voor kinderen en jongeren met een handicap. Ze hebben mij bij een klasje van vierjarigen gezet, 13 in totaal. Omdat er in veel gevallen nog moet onderzocht worden wat er precies aan de hand is, zitten er een heleboel verschillende ziektes en syndromen bij elkaar. We hebben er 3 met het syndroom van Down, mijn favorieten. Ze zijn stuk voor stuk enorm schattig, vooral als ze zo overduidelijk hun emoties tonen. 2 hebben er autisme, heel verschillend van karakter zijn ze ook. De ene is wat je stereotiep zou verwachten terwijl de andere heel actief en vrolijk is. Dan hebben we nog motorische en mentale achterstand, waarvan een zwaar gevalletje. Dat meisje heeft desondanks toch een oogje op mij, want ik mag al niet meer weg van de stoel naast haar of ze wordt verdrietig. Het is zwaar werk, vooral mentaal dan, maar het loont wel. Ik heb nog nooit iets gedaan dat mij zoveel voldoening heeft gegeven. Het is moeilijk te beschrijven, maar je voelt ook zoveel liefde als je daar in het klasje staat en alle ouders zijn met hun kindjes bezig. Wonderbaar gewoon, het is fantastisch.

Het weekend van de 15e was beter. Dan ben ik ’s vrijdags naar playa Venao vertrokken, waar Arno en Isaiah al waren. Op zaterdag begonnen namelijk de World Surf Games voor min 18. Tot maandag zijn we er gebleven. Minder was wel dat alle prijzen omwille van het kampioenschap gestegen waren, we hebben dus 3 keer zoveel betaald voor onze tent, en Isaiah had meteen de enige matras ingepikt dus heb ik 3 nachten op de stenen geslapen eigenlijk. Veel beter is dit: we zijn elke dag gaan surfen, en de golven waren goed te doen voor beginners zoals ik en Isaiah. Op Zaterdagavond was er een feestje op het strand, niet met de deelnemers uiteraard maar er was wel heel veel volk, en eindelijk nog eens goede muziek. Zondag begon het dan eigenlijk pas echt, en we hebben de hele dag liggen kijken naar de tricks van die jonge gastjes (en meisjes). Maandagochtend en blut (zoals dat altijd onverwacht gebeurt) zijn we maar terug naar huis gegaan. Er volgt een week van werk in het IPHE, en dan is het een nachtje in de city, nu geen roofparty maar een bootparty. We waren met een enorme hoop AFSers (zie foto’s) en hebben ons keihard geamuseerd. In het begin was er geen drank, waardoor er een enorme hoop klagende feestgangers bij de bar stonden. Dan was er ook nog het feit dat wanneer de boot een stukje vaarde, alle dronken mensen omvielen. Zalig spektakel! De volgende dag vroeg naar huis, maar uiteraard niet zonder nog eens bij de foodcourt in de mall te stoppen. Ik heb nu alle fastfoodketens die er zijn (een 25-tal) en ben van mening dat Wendy’s de beste burgers heeft. Vers zelfs, en zo dik als drie Mc Donald’s burgertjes opeen. Daarna zijn we nog even een film gaan checken, en de vergissing gemaakt Zara binnen te wandelen voor naar huis te gaan en weer allemaal met een zak buiten te wandelen. Het was Isaiah’s schuld, hij wandelde eerst binnen. Thuis aangekomen begon de sleur weer, maar ook de laatste nachtjes slapen tot mijn verjaardag!

Mijn verjaardag begon hier niet op 26 maar op 25 april. Niet leuk, maar begrijpelijk. Mensen in Belgie waren niet echt rekening aan het houden met het tijdverschil van 7u dus rond 5-6u ’s avonds begon mijn gsm vol te lopen met wensen. Tja, ik heb mijn gsm dan weggelegd en vroeg gaan slapen. 26 april ben ik opgestaan om 9u. Ik heb eerst nog de paar aangekomen berichtjes gelezen en heb dan mijn slaapkamer verlaten. Doodstil in huis, iedereen was naar school of naar werk. Mijn spiegelbeeld kon mijn “gelukkige verjaardag!” toch wel apprecieren. Erger was dat er maar een tweetal maistortillas over waren voor ontbijt. Ik heb snel een douche genomen en ben dan naar Loes thuis gestapt, om iets te gaan ophalen, maar ook uit nood aan vrienden op mijn verjaardag. Ik werd daar met open armen ontvangen, en de mama heeft mij croque monsieur en macaroni and cheese voorgezet, en daarna een stuk meloen. Ik heb zelfs Belgische chocolade gegeten! Daarna mocht ik van Loes haar laptop gebruiken om de mails van mijn ouders en broers te lezen en naar mijn opa en familie te bellen in België. Kort maar heel welkom. Dat Thomas belde maakte het nog beter en toen mijn Panamese AFS makkers begonnen te bellen kon het even niet stuk. Toen moest ik weer naar huis. Thuisgekomen heb ik een gelukkige verjaardag van mijn zusje gekregen, en heb ik mijn netbook genomen en heb mij aan de unief gezet om even mijn facebook te checken. Veel mensen uiteraard, sommige van wie ik het niet verwachte en sommige niet van wie ik het wel verwachte. Maar goed, dan kwamen Lucas, Arno en Isaiah aan, met geweldige cadeau’s. We zijn bier gaan inslagen in de supermarkt, en dan zijn we nog gestopt bij Mc Donald’s. Daarna naar huis, waar mijn ik van mijn geweldige oudere broer een dikke knuffel kreeg, en van mijn mama mijn bord rijst met kip. Gelukkig waren mijn vrienden er nog, anders had ik het maar wat genant gevonden. Mijn middelste broer had namelijk vorige week een taart, cadeaus en zijn lievelingseten gekregen… Maar niet geklaagd, ik ben dan zo snel mogelijk vertrokken thuis, naar Angel en dan zijn we met zijn allen naar de Feria vertrokken. Voor we de PH binnengingen zijn we nog eerst in de Panamese versie van de sledge hammer geweest, en een rollercoaster. Ware hel maar grappig. De sledgehammer  ging overkop, en was een kooi dus je moest je echt vast houden of je viel heel de tijd van de vloer op het plafond en omgekeerd. Een deur van een lege kooi vloog tijdens de rit open. De rollercoaster had zo’n korte bochten dat je hoofd pijnlijk veel tegen de kanten sloeg en je wilde liefst zo snel mogelijk uitstappen. Dan zijn we maar gaan fuiven, ik alleen met de beste maten en het was toch nog een succes. Om 4u en nog wat zijn we dan thuisgekomen (denk ik).

De volgende middag zat ik alweer met Lucas op de bus, op weg naar Boquete in het Panamese hoogland. Eenmaal daar, meteen verliefd. Lekker koud, wolken en wat lichte regen, dennenbomen, … Het leek op Monteverde in Costa Rica. Chayenne, Tuva en Frida (laatste twee zijn Noorse meisjes) waren er al en ik kreeg nog een zak vol marsepein, peperkoek en chocotoffs als cadeau. Ik heb mezelf getrakteerd op een geweldige pizza, en heb dan weer tegen Lucas geschaakt. Historisch, hij heeft mij een keer verslagen. Zaterdag terwijl de meisjes naar een koffieplantage gingen kijken zijn wij het materiaal voor de beklimming van de volgende dag gaan huren en tweedollarzwembroeken gaan kopen. In de namiddag zijn we namelijk naar de warmwaterbronnen geweest. Zalig, van 40 graden naar de ijskoude rivier en terug. Om het nog perfecter te maken waren er aapjes in de buurt, en we hebben zelfs een buffel gezien. Dan na een noorse film over Nazi-zombies met superkrachten zijn we maar gaan slapen. Zondag zijn we dan aan de beklimming van de vulkaan begonnen. Het is het hoogste punt in Panama, met 3476m. We zijn vertrokken op 1600 en nog wat meter, en het was in Panamese kilometers 13,6, hoewel waarschijnlijk meer in echte kilometers. Het goot en we hadden rugzakken met slaapzakken, tenten, dekens, 4 liter water per persoon en eten voor 2 volle dagen mee. Ware hel om omhoog te gaan, want we hadden geen bergschoenen en de modder en keien waren moeilijk voor houvast. Iets na valavond hadden we de kampplaats op 3200m bereikt en de tenten opgezet. We zijn meteen in de tent geschoten en probeerden ons warm te houden, want temperaturen waren gezakt tot 3 graden celcius. Gelukkig was er krantenpapier, wat ik in alle mogelijke plekken van mijn kleren heb gestoken. Om 5u ’s ochtends hebben we het laatste halfuurtje tot aan de top gedaan, om de zonsopgang te zien. Er waren nog 4 andere wandelaars, en we hebben tot 7u op de top gezeten. Het was prachtig, zo majestueus. Langs de Caribische kant een gebroken wolkendek en de opkomende zon die schitterde op de zee, en langs de andere kant een gigantische cumulonimbus met bliksemschichten die langzaam optrok om de Pacifische oceaan te laten zien. Langs ons waren kliffen die naar de diepte van de krater leidden, en je kon alle steden uit de buurt zien, zelfs Bocas del Toro. Om 7u zijn we maar terug naar de kampplaats gegaan en hebben we rustig ontbeten in de warme zon. Het deed mij denken aan Oostenrijk. Om 9u zijn we gepakt en gezakt naar beneden vertrokken, wat ons in de zonnige dag maar 3u kostte. Uitgeput meteen de bus op en naar huis. Maar het was nog niet voorbij. In Santiago heb ik de laatste bus naar huis gemist, en heb ik via via met kleine busjes, met een vriendelijke bomma, en te voet de weg naar huis gevonden en heb ik mij uiteindelijk om middernacht moe op bed kunnen neerleggen. Nu ben ik de laatste twee dagen ziek in bed gebleven, door de regen en de kou in de bergen waarschijnlijk, maar morgen vlieg ik er weer tegenaan.

zondag 1 april 2012

Niet veel gebeurd maar speciaal voor David Debruyn.

Veel noemenswaardig is er inderdaad niet gebeurd. Voor de universiteit opnieuw begon toch althans. De sleur ging door en ik hield mij bezig. Ik ben eindelijk eens een hoop foto’s gaan nemen van Chitré en ik heb mij een nieuwe pet aangeschaft, maar verder niets te zeggen hier. Toen het weekend van 17 en 18 maart er dan eindelijk aankwam kwam daar verandering in: we werden uitgenodigd om te gaan vrijwilligeren op een festival. Ik en Lucas gingen op vraag van Chayenne al maar op donderdag naar isla Taboga, waar het zou plaatsvinden. Resultaat: we hebben 2 dagen niets moeten doen, dus hebben we maar naar de top gewandeld om in de Amerikaanse bunkers te gaan rondzwerven, en ’s avonds hebben we lang gepoold. Zaterdag (wanneer het begon) werden we eindelijk gevraagd om aan de opbouw te beginnen. Helemaal op zijn Panamees dus, hoewel het georganiseerd werd door een Canadese dame. Het was nog maar de eerste editie, dus we kwamen een heleboel problemen tegen en iedereen liep nogal op de tippen van zijn tegen maar uiteindelijk werd het toch nog een succes (voor de eerste keer toch). Op zaterdag moesten we na de opbouw de bar bedienen en de mensen entertainen. We zijn doorgegaan tot 3u, en als je rekent dat we zijn opgestaan om 6u30, begrijp dat we steendood waren. Toch, de volgende dag was het wederom vroeg uit de veren, nu om 8u. Alle vrijwilligers (een team van ong 8 man) sleepten zich naar het ontbijt en dan was het naar het strand om daar beachvolleybal en beach voetbal opgestart te krijgen. Er was zoveel volk op het strand dat we de veldjes op een uitloper van het strand moesten opzetten, waardoor de fun na een uur voorbij was. Het tij had er namelijk voor gezorgd dat er geen uitloper van het strand meer te zien was. Daarna was het reclame maken op het strand voor de verschillende activiteiten en wederom achter de bar staan. Het was gelukkig deze keer vroeger gedaan, en hoewel we nog een film wilden kijken was iedereen al in slaap gevallen voor we de laptop ook maar hadden opgezet. De volgende ochtend was het opkuis, en weer naar huis, maar niet voor een zoals de traditie nu geldt een film te zien in de cinema in een van de malls.

Dan volgt er een week van school, die redelijk snel voorbij ging, vooral omdat ik uitkeek naar het weekend. Verjaardagsfeestje van Chayenne in de city, calleUruguay. Laten we het legendarisch of op zijn minst episch noemen. Met een grote groep maar toch minder mensen dan verwacht zijn we naar de feeststraat getrokken om daar op een of andere manier gratis in een roofparty te geraken. Hoe hebben we dat gedaan? Geen idee. Gewoon de deur door gewandeld en de lift ingestapt. Boven was er een zwembad en het was vooral een chique bedoeling. Er was namelijk een catwalk gebouwd in het zwembad, waar een lingerie op geshowd werd. Kan het beter? Iedereen was daar eerder voor die show, dus toen wij daar begonnen te feesten werd er vooral raar gekeken maar uiteraard hebben we ons daar niets van aangetrokken. Wederom is onze geweldige Panamese wet daar weer en waren we dus om stipt 3u uit de discotheek en onderweg naar het hostel, maar we kunnen het wel een geweldig succes noemen denk ik.

Dan volgde weer een week, de laatste van maart intussen, waarin ik veel internetfrustratie ondervonden heb. Gelukkig is er nog Mc Donalds, de enige plek in dit land waar degelijk gratis internet te vinden is. Het was alleszins de eerste keer dit jaar dat ik de 5 balkjes, een perfecte verbinding dus, zag verschijnen. Mc Donalds, i’m lovin’ it. Ook heb ik deze week eindelijk mijn permanent vrijwilligerswerk gevonden: de laatste 3 maanden die mij nog resten ga ik voor degenen die het nog niet wisten, werken in een opvangcentrum voor kindjes met eender welke afwijking, mentaal en fysiek. Ik ga daar in de klasjes voor de jongsten de juffen en meesters bijstaan met het bezighouden van deze kindjes. Volgende week dinsdag, 3 april kan ik beginnen. We zullen wel zien wat het wordt zeker, maar ik ben enthousiast. Op dit moment, terwijl ik op Davids vraag moeite doe voor de update van mijn blog zit ik op de bus naar Penonome, om daar een weekend door te brengen. Ik probeer nu ik het einde voelbaar begin te naderen mijn weekends te plannen, zodat ik alle beschikbare tijd nog nuttig gebruik. Tot zover dan deze blogupdate, over and out.

Ik zit terug op de bus naar Chitré, en uit verveling heb ik dan maar besloten om verder te gaan met de blog. Beter nu dan over een paar weken zeker? Goed twee dagen zijn voorbijgegaan, en kort samengevat: Lucas is mij komen ophalen aan in het centrum en we zijn naar zijn huis gegaan. Paradijs! Hij woont ver in de bush, en hoewel zijn huis net als het mijne is, hebben ze een stuk grond ter grootte van een tiental voetbalvelden. Helemaal vanachter in zijn tuin, een dikke 5 minuten wandelen, lag een enorm paintballterein. Uiteraard waren zijn neven er op dit moment niet, want anders hadden we kunnen spelen zei hij. Verder had hij massa’s mango-, bananen-, marañon-, guave- en sinaasappelbomen. Sinaasappels zijn hier wel iets zuurder dan bij ons, maar lekker zeker. In de avond hebben we na een berg te hebben gegeten bij gebrek aan iets beter naar Sex and the City, the movie gekeken. Duurde veel te lang maar we hebben goed gelachen en vooral afgekraakt. De volgende dag dan was het vroeg opstaan, samenkomen met Chayenne en dan naar La Pintada, sigarenfabriek gaan bezoeken. Boeiend was het wel, en de geur van de tabaksbladeren hi ng in onze kleren toen we buiten gingen. Verder was er in dat dorpje niets te zien, dus we konden alleen maar teruggaan naar Penonome. Na een bord Sancocho zijn we dan nog souvenirs gaan zoeken en dan films gaan huren, want we wilden niet hetzelfde probleem als de vorige avond hebben. Keuze: the Illusionist en  127 hours. Na nog lang te hebben gepraat ging Chayenne naar huis en deden wij hetzelfde. Ik had nog foto’s van Costa Rica e.d. nodig (herinner mijn camera werd gestolen) dus gingen we overzetten. Lucas had een externe harde schijf, maar wat blijkt, alleen compatibel met apple producten. Dus hebben we de foto’s overgezet met een usb-stickje van 1 Gig. Anderhalf uur. Daarna hebben we de films gezien en zijn we maar gaan slapen, want hij moest de volgende dag (vandaag) vroeg op om mee naar de palmzondagviering te gaan. Ik voel met hem mee, want op dit eigenste ogenblik gaat het zevende uur van de negen uur durende viering in. Hij heeft dit elke eerste zondag van de maand, en 2 keer per week is het een gewone mis van 3 uur. En ik zit hier nu rustig op de bus.

zondag 11 maart 2012

Carnavales!

Goed, laat het mij gewoon maar met enkele welgekozen adjectieven dit feestje omschrijven: zat, geschift, ongezien, beestig goed. Ik heb nog nooit zoveel mensen zolang zo zat zien rondlopen. Het echte carnaval begon op de vrijdagnacht voor Aswoensdag, maar er waren al feestjes vanaf woensdag. Wie zou ik zijn om niet dan al te beginnen? Als echte Belg ging ik er uiteraard ook vooral naar toe omdat alles gratis was, zowel woensdag- als donderdagnacht. Terwijl iedereen het dus goed had, werd er flink met brandweerhozen water over de menigte gegooid, zodat iedereen binnen de kortste keren door en door nat was. Ijskoud dus, want in de zomer waait het enorm hard ’s nachts. Gelukkig had de bar daar een remedie voor. Nogmaals, gratis! Ik vond dat er al enorm veel volk was op woensdag, waarop ik het antwoord kreeg: “Wat?? Er is niemand!”

Dit werd vrijdagnacht meteen duidelijk, het park was stampvol gepakt, net als de omliggende straten. Er was net genoeg plaats om de cooler neer te zetten en er in een klein groepje op en rond te gaan staan. Rond het hele park stonden gigantische trucks met watertanks, die om de zoveel tijd de hozen openzetten. Mijn vrienden hadden gelukkig het goede idee om hun gsm in een condoom te steken, zodat die niet nat werd. Elke nacht, en overdag kwam de Missen Chitré, zowel de Calle Abajo als de Calle Arriba langs op een karren die zo breed waren als een tweevaksbaan. Wanneer er dus plaats gemaakt moest worden voor deze karren, moest iedereen van de straat af. Dit is dus uiteraard ongelooflijk moeilijk en vaak ook vrij pijnlijk. Iedereen moet op de stoep, en plots vraag je je af waarom net iedereen een cooler meeheeft. Ik ben vaak bijna vertrappeld geweest en samen met 2 vrienden ook bijna overreden door een kar. We waren er maar onder gaan zitten, maar hadden niet gezien dat de wielen zo breed waren en geen uitweg boden. Even spannend dus. De karren zelf waren wel een spektakel. Het was altijd met een thema, bv een oosterse cultuur, een mythe of een stuk panamese geschiedenis. De Reina’s stonden daar met een hoop andere meisjes in bikini-outfits, met zoveel pluimen dat er precies een hele kippenboerderij aan hen hing. Rio de Janeiro-style, check!

Overdag was het echt een hel omdat het zo onmenselijk warm was. De zon brandde enorm hard en die massa mensen werd daarom niet echt aangenaam. Gelukkig was er dat water! Gelukkig? Nope, want ’s avonds zag ik nogal heel heel rood. De volgende dag besloten we dus om een van de T shirts die van de daken werden gegooid ter reclame te gebruiken als een soort hoofddoek. Ik ben op de duur mijn vrienden in de massa kwijt gespeeld, maar de zoektocht was ook leuk. Enorm veel mensen vonden het geweldig om een ‘Amerikaan’ te zien dus ik werd door iedereen zomaar getrakteerd. Er was ook veel grabassing, leuk maar soms wat minder leuk was als je omkeek en zag dat het die keer geen meisje maar een kerel was. Veel plezier gehad toch in Chitré.

De laatste 2 dagen zijn we nog naar Las Tablas gegaan, naar Arno en Isaiah en ik moet het zeggen, ’s nachts was de PH (open-luchtfuif) daar ge-wel-dig. Nog meer mensen dan in Chitré en vaak goede muziek! Dit is zeldzaam in Panama, dus we waren snel blij. We hadden ook elke avond een gratis fles Seco, wat het feestje nog wat losser maakte. Overdag daarentegen stonk het nogal in de straten en ik heb nog nooit zoveel homo’s bijeen gezien als daar. Las Tablas werd namelijk de gay-scene van het carnaval genoemd en dat was vrij duidelijk waarom. Gelukkig zijn we niet homofoob en was het geen probleem, maar mannen die met je proberen te flirten blijft toch even schrikken. De laatste nacht was de beste van alle tot zover, en kreeg zelfs een memorabele afsluiter. Je weet dat er een wet geldt in Panama die zegt dat alle feestjes, bars en clubs om 2u de deuren moeten sluiten op weekdagen en om 3u in het weekend. Dit was niet geldig tijdens de 4 dagen van carnaval, maar omdat we natuurlijk al woensdag waren, was het toch om 3u gedaan. Uiteraard wilde niemand vertrekken en werd er nog eens goed met alle bekers bier en potten met ijsklontjes gegooid in de lucht. Ik vind het steeds geweldig als dat gebeurd maar de politie dacht er andere dingen over en besloot ook met wat te gaan gooien. Pepperspraygranaten. Je proeft meteen superhete peper op je tong en lippen die direct in brand staan, en het lijkt of iemand een pepertje in je ogen uitperst. Met de T shirt voor de mond was iedereen dus vrij snel weg uit de PH. Langzaamaan hebben we terug naar huis gewandeld (het was in het begin vrij moeilijk om iets te zien, stomme pepperspray.) en om 6u ben ik nog met Arno teruggekeerd naar het park om naar het vuurwerk te kijken. Dit was een uur ononderbroken zware firecrackers, wat mij volledig nutteloos leek na 5min. Het was oorbeschadigend dus we zijn maar teruggegaan.

De dagen nadien heb ik nodig gehad om te recupereren, 7 dagen van feesten en drank met maar 5u slaap per dag en heel veel fastfood gaat wegen op den duur. Sindsdien zijn er bijna 3 weken voorbij waarin ik verveling tot nieuwere niveaus heb beleefd. Ik denk dat ik werkelijk soms een hele dag niets deed. Uiteindelijk ben ik mij gaan bezighouden met pokemon op mijn pc en het herhalen van mijn boek Spaans, en ook het kiezen van mijn studiekeuze voor volgend jaar. Nu ik dit schrijf ben ik buiten het Spaans leren alles al wel beu, dus ik kijk uit naar de 19e wanneer school begint. Inderdaad, ik wil school. Call me crazy.

zaterdag 11 februari 2012

San Blas

1 februari, de 6 maanden oriëntatie van onze AFS ervaring. Heel handig was dat het op een goed kwartier stappen van mijn huis doorging, in het hotel Hong Kong. Kort samengevat: we hebben een formulier ondertekend dat onszelf verantwoordelijk stelt voor ons gedrag tijdens carnaval. AFS mag nergens bij betrokken worden dus, we mogen niets bij ons hebben waar het AFS logo opstaat noch mogen we vreemden vertellen dat we van AFS zijn. Voor de rest van de dag hebben op kosten van AFS in het aquapark gezeten, waarna ik helemaal verbrand thuis ben gekomen. Lucas is meegekomen en is nog enkele dagen bij mij thuis gebleven. We hebben ons professioneel beziggehouden met nietsdoen en zijn naar een verschrikkelijk slechte – zo slecht dat het grappig werd – film gaan kijken terwijl we op zaterdag aan het wachten waren.

Zaterdag zijn we dan met de bus van 7u naar Penonome vertrokken, waar we het paspoort van Chayenne opgehaald hebben, en dan van daar naar de City. Alle hostels zaten bomvol, want indianen hadden in Chiriqui de wegen afgesloten op 1 februari, en alle verkeer naar het westen van het land was stopgezet. Alle toeristen zaten dus vast in Panama stad. De nacht voor we aan de trip naar San Blas vertrokken hebben we dus met nog 10 anderen in de lobby van een hostel op matrassen moeten slapen. ’s Avonds zijn we nog even naar Multiplaza Mall geweest, zodat ik eindelijk naar een degelijke kapperszaak kon gaan, dan nog van de solden gebruik kon maken om wat kleren te kopen.

We waren met drie, Chayenne, Lucas en ik, en we werden om 5u opgehaald aan het hostel en dan 4u lang over een onmenselijk slingerende zand/asfaltweg door de jungle naar de monding van de Rio Carti Grande gevoerd, waar een heleboel kleine bootjes en kano’s lagen te wachten op toeristen. Na deze helse rit waarin ik heb moeten vechten om mijn maaginhoud binnen te houden moesten we in een gammel bootje op een hevig golvende zee. Wederom heel moeilijk, maar de reis naar het eiland waar wij zouden verblijven maakte het zoveel beter. De zon stond hoog, en de hemel was helemaal wolkvrij. Het water is letterlijk overal kristalhelder en prachtig blauw en groen. In San Blas zijn er in totaal 365 eilanden, daarbij horen ook prachtige zandhoopjes met slechts 1 of 2 palmbomen, zoals we ook gezien hebben daar. Op de ietwat grotere eilanden (die zo groot zijn als de Viatorspeelplaats) staan dan een 30-tal hutten gemaakt van riet en kokospalmbladeren, alles bijeengebonden met een soort liaan. De aankomst was heel gezellig. Er lagen al wat toeristen op het perfecte witte strand te zonnen, en we zijn na onze rugzakken in de hut te gaan leggen erbij gaan zitten met een kokosnoot in de hand. Gigantische schelpen met prachtige kleuren spoelen aan op het strand en nadat je een 50tal meter in zee bent gewandeld sta je aan de rand van een gigantisch koraalrif. De eerste avond zijn we dan begonnen aan onze 5 geweldige dagen van nietsdoen in een echt paradijs. Onze grootste activiteit was kaarten (presidenten, hartenjagen, kingen, troeven, zenuwen, …) en we hebben veel van de andere gasten bij ons aan de kaarttafel gehad.

De tweede dag hebben we in de voormiddag fotoshoot gedaan, om al die verplichte foto’s te trekken van hutjes, palmbomen, zee en strand. Dan was het strand, zee, kaarten, strand, zee, kaarten, … tot het om 6u donker werd. De indianen hebben geen klok, dus ze leven met de zon. Vandaar dat ontbijt om 7u is, middagmaal om 12u en avondmaal om 5u. We werden gewaarschuwd om ons naar de kookhutten te begeven door een grote schelp waar ze in bliezen. Het klinkt een beetje als een didgeridoo maar wat dieper, maar het paste gewoon perfect bij de paradijselijke sfeer. Het eten was steeds overheerlijk, en ze bleven maar bijgeven. Aangezien we op een eiland zaten kregen we naast uiteraard kip een heleboel zeevruchten en vis. Supervers, want tegen de middag waren de vissers steeds terug met hun dagelijkse vangst.

De derde dag zijn we een echte Kuna gemeenschap gaan bezoeken, een vrij groot eiland waar ze met zo’n 400 woonden. Het was volledig volgebouwd met hutten, en erin rondlopen was net alsof je in een labyrint terecht gekomen was. In het ene uithoekje van het eiland stond een betonnen schooltje en een winkeltje. Er was ook een basketbalring, waar we de tienerbevolking konden vinden die er een match aan het spelen waren. Boven de school waren er een heleboel zonnepanelen te zien, die de regering gedoneerd had en die het eiland van een zekere hoeveelheid elektriciteit voorzien. Aan de andere kant van het eiland, op een kleine uitloper stond de zichtbaar grotere hut van het dorpshoofd en zijn familie. In het midden van het eiland dan was er een gigantische hut die voor de dorpsraad voorzien was, maar waar ook de religieuze ceremonies plaatsvonden. We hadden geluk, die dag was dat net het geval. We werden binnengelaten in de donkere hut, waar fakkels brandden en kregen een plaatsje op een bankje aangeboden. We werden verteld dat er een ceremonie werd gehouden omwille van een meisje dat voor de eerste keer ongesteld was geworden. De hele dag door werd er een likeur gedronken die ze maakten van suikerriet, vergelijkbaar met de Seco. Ondertussen vonden er in het midden van de hut rituele dansen en zangen plaats. We kregen uitleg van Mendes, een 73-jarige kerel die ook Spaans en Engels sprak en lustig meedronk met de rest. We moesten uiteraard meedoen en het werd vrij vrolijk. Mendes vertelde ons de details van de ceremonie, en hoe dat de zangers gedurende 24u niet mochten ophouden, net zoals de dansers. In gigantische potten werd er marihuana bewaard, die ze in grote hoeveelheden goedkoop van de Colombianen kopen. Ze gebruiken het omwille van religieuze redenen, vandaar dat het in hun grondgebied legaal is. Er hing dus uiteraard ook een vrij sterke walm in de hutten. Om 4u zijn we dan uiteindelijk doorgegaan, zodat we voor het donker terug zouden zijn op ons eiland.

De 4e en laatste echte dag hebben we nog op het strand gezeten, en weer gewoon genoten van ons heerlijke eiland. In de namiddag hebben we de 2 snorkels die ze op het eiland hadden kunnen huren en konden we dan eindelijk het koraalrif gaan verkennen. Gigantische scholen met grote groenblauwe vissen die het zeegras eten, en een enorme verscheidenheid in soorten koraal. Wederom waren er prachtige kleuren, en er zwommen duizenden kleine kleurrijke visjes rond ons. Grote anemonen met blauw met gele visjes erin, en een schuilende octopus. We hebben grote schelpen gevonden, en een paar stukken dood koraal op de bodem dat nog vrij compleet was. Dan ’s avonds na het gewone eten was er voor ons 3 een specialiteit: verse kreeft. We hebben de vissers betaald en dan hebben de vrouwen op het eiland het heerlijk met wat look en kruiden klaargemaakt. Een heerlijke delicatesse, zo vers als je het maar kan krijgen op zo’n geweldige plaats. We zaten aan tafel en we kregen er een zalige arroz con coco bij met plaatselijke vruchten als dessert, en dat alles met een licht briesje en een prachtige rode zonsondergang op de horizon. Later ’s avonds was er feest omwille van de vertrekkende gasten en werd er gratis rum weggegeven. Toch ben ik vroeg gaan slapen omdat ik nog moe was van de laatste dagen, en de volgende ochtend was het opstaan om 6u zodat we op tijd opnieuw aan de riviermonding zouden zijn waar de chauffeur op ons zou wachten. We zijn dan na ons lekkere ontbijt met verse eitjes gaan afscheid nemen van onze kokkin, en dan hebben we allemaal een van haar mola’s gekocht. De zee was vrij wild, dus zijn we enorm traag moeten gaan, waardoor we een uur te laat op de plaats van afspraak waren. De chauffeur had uiteraard gewacht, en dan met nog 2 gezinnen op vakantie zijn we weer diezelfde helse weg overgegaan. 2 van de kinderen in het busje hadden hetzelfde probleem als ik, maar ik ben de enigste die het gevecht met zijn maag gewonnen heeft. Terug aangekomen in de beschaafde wereld konden we onze spullen gaan halen en zijn we voor ons vertrek naar huis nog gaan genieten van een heerlijke steak met frietjes. Nu zit ik dus thuis en houd ik me weer bezig terwijl ik wacht op carnaval. Nog 7 dagen.

donderdag 26 januari 2012

Pura Vida! (Costa Rica e.a.)

Voor we aan het verhaal van costa rica beginnen, eerste nog even december samenvatten. Belangrijk te weten is dat de vakantie begonnen is nu, wat totale verveling betekent als je niets te doen hebt om de tijd te doden. Onze plannen om enkele plaatsen te bezoeken in Panama waren ook afgeblazen dus ik keek tegen een vrij saaie maand aan. Toch heb ik er uiteindelijk heel wat van gemaakt, veel plezier gehad.

Eerste gebeurtenis de moeite waard was de breakdancecompetitie de 3e. Het was georganiseerd door de crew met wie ik oefen.  Ze hadden mij verteld dat er een heleboel beginners zouden meedoen, maar ik bleek de enige te zijn. Dit geeft stress natuurlijk, zeker als je dan ziet dat er ook nog eens een heleboel publiek binnenkomt. In totaal was er 100 man ongeveer. Ik deed mee met de bboying wedstrijd, 8 deelnemers. De eerste ronde ben ik tot mijn eigen verbazing doorgekomen, maar in de tweede werd ik vernietigd, de 5 juryleden waren duidelijk, 4 tegen en 1 voor. Dus eindigde ik op de 4e plaats, wat net buiten het podium is, maar ik heb toch meegedaan wat ik al enorm veel vond. Het was leuk om de andere competities te zien, en er was gratis soda dus altijd meegenomen.

Vervolgens, volgende dag was de eerste communie van mijn zusje Yulissa. Ze doen dat hier pas in het derde leerjaar. Ik moest mij heel chic aankleden, en dan naar de kerk met de hele familie. Er was geen plaats meer in de kerk, dus ik heb met mijn broers aan de deur gestaan. Vergelijking met Belgische versie van eerste communie: wij doen het enorm speciaal. Het was gewoon een mis zoals elke andere, alleen kregen de communiekanten voorrang bij het uitdelen van de hostie. Ze droegen ook allemaal over hun mooie outfit een pij die lijkt op wat de misdienaars bij ons altijd dragen. Daarna moesten ze de rest van de mis nog op hun knieën op een bankje zitten. Op het einde wisselen ze net als wij foto’s uit, maar vaak ook nog een engelenbeeldje of paternoster of iets soortgelijk. Het werd gevolgd door een receptie op de universiteit, maar dat was enkel voor communiekanten en ouders.

Dan was het de verjaardag van Emma, op 9 december. Dan zijn we met zijn allen naar de city gegaan om te feesten. Eerst was het afspraak om 3u in het vaste hostel, want daar was een zwembad, en we zouden allemaal eerst wat zwemmen. We kwamen aan, alle jongens waren er al. Jack (Nieuw-Zeeland), Rafaël (Venezuela) en zijn vriend uit Derek (Venezuela), Lucas (Wallonie), Phil (Wallonie), Arno (Vlaanderen) en Isaiah (USA). Wie ontbrak: de jarige en co. Terwijl we wachtten zijn we dan met een paar naar de ‘wine store’ gegaan, waar ze augustinus hadden, trappist dus. Dit brengt het aantal Belgische bieren op 8: Stella, Duvel, Leffe blond en bruin, Hoegaarden, Chimay, Augustinus en Latrappe. We hebben dus het feestje zelf gestart en zijn met z’n allen het zwembad ingegaan en hebben waterpolo gespeeld. Om 7u waren de meisjes er, die taart, koekjes, cake en brownies meehadden. We zijn dan om 10u doorgegaan naar de fameuze calle Uruguay, waar alle discotheken van de stad op een hoopje zitten. Leuk was het wel, maar toch besloten de jongens om nog een dag langer te blijven. We zijn dan nog met iedereen een film gaan zien in multiplaza, en dan gingen de meisjes naar huis. Ik heb mij nog een trui/jas cadeau gedaan, waar ik dan ineens 50% discuento op had, zalig! Die avond hebben we er een zalig feestje van gemaakt, alleen kerels voor de eerste keer in 5 maanden was echt een goed idee. De volgende ochtend dan uitgeput op de bus terug naar huis. Rafaël heeft mij dan met de auto thuis afgezet, en ik heb lang uitgeslapen. Volgende dag weer verveling, maar ik werd door Rafa uitgenodigd om ‘binnenkort’ met hem naar Pedasi te gaan, het surfstadje in het zuiden van peninsula de Azuero. Die avond dook hij ineens met zijn pa en Derek op bij mij thuis, om mij mee te nemen naar het casino. Zijn vader is echt gek, lijkt precies op 18 jaar te zijn blijven plakken. We hebben de hele avond roulette gespeeld aan de tafel, en ik heb 20 dollar gewonnen. Wat de avond nog beter maakte was dat spelen aan een tafel gratis drank en eten met zich meebrengt. Ik heb nog nooit zoveel nacho’s en burrito’s gegeten denk ik. Weer de volgende dag, we zijn dan dinsdag 13, moest ik om 3u klaarstaan. Rafa, Derek en ik met z’n drieën in de auto naar Pedasi. Daar aangekomen verbleven we in het hostel van de ouders van Rafaël. Ik heb Evan leren kennen, een Amerikaan van 19 die naar daar is verhuisd met zijn ouders die in de immobiliënsector zitten. Met zijn 4en hebben we dan een toffe eerste avond gehad, en de volgende dag kwam Jack daar ook nog eens bij. We zijn gaan surfen aan playa el Toro. Op de 3e dag is Isaiah daar bij gekomen, voor 1 nacht slechts. In die 8 dagen die ik daar was zijn we 4 keer naar playa Venao gaan surfen nog, een keer naar playa Arenal geweest voor de zonsopgang en hebben we een kampvuur gemaakt op het strand. Toen de ouders van Rafaël aankwamen zijn we met de hele familie plus Derek, Jack en ik naar Isla Iguana geweest. Ik was er al eerder geweest maar deze keer waren wij de enigen op het eiland. Verder zijn we ook nog op een bruiloftsfeest geweest. De 20e was ik uiteindelijk thuis, na een dikke week hevig feesten en surfen. Tijd om uit te rusten voor kerstmis dat er aan kwam.

Kerstmis dan. Volgens AFS is dit de periode waarop je terug depressief naar huis verlangt. Ik zal het schema even uitleggen: eerst voel je je geweldig wanneer je aankomt, alles is nieuw en interessant enz. Daarna zit je thuis en settel je je, en begin je je thuis te missen, dat was een dip. Tot zover klopte die wel. Dan begin je vrienden te maken, de taal te kennen, je weg te vinden en trek je jezelf zo terug uit de put. Als dan de feestdagen in zicht komen, gaat het wederom bergaf. Rond de feestdagen zit je dan weer diep in de put. Wel dat was bij mij niet het geval. Of het was maar een minikuiltje. De dagen ervoor heb ik mij beziggehouden met cadeaus. Ik had nog wat dingen van Belgie meegenomen over, maar ik heb dan nog rummikub gekocht voor mijn zus, en voor het huis een pedaalemmer, want er is geen vuilbak. Op de dag van kerstavond heb ik dan rijstpap gemaakt, en chocomousse, en brownies met net iets te veel olie erin. ’s Avonds zijn we naar een vriendin van de familie thuis gegaan, en vreemd genoeg wordt er niet gefeest tot zo’n 10u. Dan wordt het eten uitgedeeld. Traditie hier is een half geroosterd big met rijst en groenten. Nadien worden de glazen bovengehaald en begint iedereen hevig te drinken en de kinderen spelen op straat. Om middernacht worden de cadeaus uitgedeeld en is er vuurwerk. Hier is altijd vuurwerk, zelfs als iemand een B haalt op zijn test. Daarna ben ik nog met een vriend van mijn broer naar een kerstfuif gegaan, en zijn we daar nog tot 6u gebleven. Op kerstmis heb ik dus ongeveer de hele dag geslapen, en dan heb ik kunnen genieten van de restjes van het eten. Toen ik opstond bleek kreeg ik dan ook nog eens te horen dat de hamster die mijn zus voor kerst gekregen had, door de kat van de buren was opgegeten. (Ondertussen is er al een nieuwe, Jimmy 2). Het goede nieuws was dat mijn trekkersrugzak aangekomen was, vol met eten. Eindelijk opnieuw marsepein, letterkoekjes, peperkoek, nougat, … en uiteraard leesboeken en mijn reisgids over Costa Rica. Nu was ik klaar om te gaan rondtrekken.

28 december, 5u ’s ochtends. Met z’n vieren stonden we ’s ochtends vroeg in de Chitre terminal om te vertrekken naar Bocas del Toro en verder door naar Costa Rica. De reis waar we al zoveel maanden op zaten te wachten dus. Eerst met de bus naar Santiago, waar we heel lang op een verbinding naar David moesten wachten. In David aangekomen was het vechten om op het ene kleine busje te geraken dat naar Changuinola ging. Met wat geduw en getrek hadden we een plaatsje en dan was het nog 5u op de bus zitten tot we er waren. Bij het oversteken van de bergpas was het mogelijk om langs de ene kant de pacifico te zien en langs de andere kant 10 min later de caribe. Uiteindelijk na de meest ongemakkelijke busrit ooit, dankzij een blok vlees van 250 kilo die 2 stoeltjes innam waardoor ik dus op het randje zat gedurende 5u, kwamen we aan in Changuinola waar we een bootje namen dat ons naar isla Colon bracht. Na 12u reizen, 5u ’s avonds kwamen we aan. Dan was het zwaarste werk nog niet eens begonnen: aangezien het bijna nieuwjaar was zat het hele stadje bomvol met backpackers. Gelukkig hadden we al 2 vrienden daar die er in de ochtend waren aangekomen en dus plaatsen hadden ‘gereserveerd’ voor ons. Voor een goede prijs zaten we in het centrum naast het plein in coconut hostel, een hostel met geweldige sfeer. Dat vind ik ook het beste aan het backpacken, als je in het hostel aankomt kom je altijd nieuwe en interessante mensen tegen en je maakt altijd goede vrienden.

De eerste avond zijn we dan uitgeweest met de mensen van het hostel in Aqua Lounge op isla Carenero, waar we zijn gaan zwemmen in het zwembad dat gewoon een afgebakend stuk zee was. We wilden nog naar Barco Hundido gaan, maar tegen dat we terug waren was het al gesloten. Maldita ley Zanahoria… De volgende ochtend zijn even goedkoop eten gaan inslaan (noedels en brood) en ’s middags op het busje om het eiland te gaan bezien. Eerste stop: de grot. Eerder een lange kronkelende onderaardse tunnel, vol met gigantische vleermuizen. Het werkt zo: je komt aan, betaalt een oud vrouwtje dat ernaast woont een dollar en je krijgt een koplamp. Dan ben je volledig vrij om te doen wat je wilt. We zijn de hele tunnel doorgewaad en geklommen (delen stonden half onder water) om op het einde dan enorm veel vleermuizen te zien hangen, kleine en enorm grote. De volgende stop was dan Boca del Drago en playa Estrella. Daar hebben we de eerste blik kunnen werpen op fotoperfecte witte zandstranden met palmbomen, en enorm veel zeesterren in het water, waar je trouwens een paar 100m ver in kon wandelen voor je niet meer kon staan. We zijn er gebleven tot zonsondergang, wat prachtig was en waar dat onze picture-of-the-day challenge begon tussen Lucas, Isaiah en mij. Elke dag om ter mooiste foto trekken dus. ’s Avonds hebben we 2u onze tijd verspild met in bar Que Xopá naar Wally te zoeken, die onvindbaar was. Het was namelijk zo dat degene die het prentje van Wally vond in de bar de hele avond gratis dronk. We zijn dus uiteindelijk naar het hostel gegaan en hebben een paar pintjes meegenomen, en in het hostel hebben we Danny leren kennen, gekke Australische surferdude van 28 die ons geweldig vond en nog dagen met ons is meegeweest. Zijn eerste woorden: “Ow boys, are we buildin the colosseum or what?” aangezien we alle bierblikjes in een cirkel aan het opstapelen waren.

De 30e zijn we dan met de groep jongens en Danny naar Red frog beach gegaan, isla Bastimentos om daar luiaarden en miniscule kleine rode kikkertjes te zien op de weg ernaartoe. Op het strand dan was het weer te perfect, net als uit de boekjes, alleen was het verschil dat het deze keer vol met toeristen zat. De toeristen die rond die periode in Bocas zaten waren Amerikanen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Argentijnen en Chilenen. Bovendien waren het allemaal studenten van 20-24 jaar ongeveer. Bijgevolg was het volgepakte strand dus een combinatie van Baywatch en Victoria’s secret, wat normaal alleen in de films voorkomt dachten wij dus. Goed, we hebben ons geamuseerd met beachvolley en bodysurf, en ’s avonds was het dan de eerste avond van ons combo-fuifticket dat we gekocht hadden voor Casa Animal, voor 30-31-1. Was nog vrij leeg, maar toch nog leuk.

Op Oudjaar hebben we met de jongens en Danny dan een tour gedaan. Vrienden maken werkt altijd, want we hebben minder moeten betalen dan de rest omdat we de vorige avond met de touroperator waren uitgeweest. De eerste stop op de trip was de Bahia de los delfines, waar we dolfijnen gingen bekijken. We hebben er hopen gezien, en enkele kwamen zelfs heel dicht bij het bootje. Eenmaal hebben we zelfs een babydolfijn gezien. Daarna zijn we verder gevaren naar Cayo Coral, waar we bij een koraalrif zijn gaan snorkelen, ergens tussen de mangrove eilanden. Het was er prachtig, hoewel sommige mensen zeiden dat ze al mooier koraal gezien hadden, ik vond het geweldig. Vissen in alle kleuren en maten, het aquarium van de Antwerpse zoo was er niets bij. Allerlei soorten koraal in fantastische kleuren, paars, blauw, rood, groen en geel. Dit duurde ongeveer een halfuurtje, iets te kort naar mijn zin. Volgende stop was weer het playa Rana Roja, waar we de vorige dag ook waren. Zelfde verhaal, kikkers, luiaard op exact dezelfde plaats in dezelfde houding, en weer hetzelfde volk op het strand dus wij gelukkig. ’s Avonds hadden we plannen om met z’n allen ergens in een restaurant te gaan eten, om zo het nieuwe jaar te vieren. Maar uiteraard waren wij vergeten om reservaties te maken en bleek dat iedereen hetzelfde idee had. Nadat we een uur gewacht hadden op onze bestelling kwam de ober vertellen dat het tot na middernacht zou duren omdat er een groep van 25 man voor ons allemaal andere dingen besteld hadden. De meisjes zijn nog gebleven, maar wij gingen terug naar het hostel. Daar aankomend bleef Danny ons maar uitlachen omdat we vertrokken waren opscheppend over het lekkere eten dat we zouden halen en terugkwamen met een burger. Het was heel leuk om met de mensen van het hostel nieuwjaar af te wachten en in de tussentijd wat te drinken. Nieuwjaar zelf was heel moeilijk te bepalen, 1 omdat iedereen altijd een ander uur op zijn horloge heeft, variërend van 10 tot 45 min verschil, en 2 aangezien er al sinds 19u vrijwel heel de tijd vuurwerk werd afgestoken, maar zoals ik al zei, er is hier altijd vuurwerk. De dag ervoor hadden 3 kindjes nog vuurpijlen afgestoken, maar gooiden die in een vuilbak, die dus uiteraard in brand vloog. Maar goed, toen de hoeveelheid vuurwerk ineens toenam en we mensen zagen omhelzen in het park barstte het ook bij ons los. Vrijwel direct erna zijn we doorgegaan naar het feest in Casa Animal, wat voller dan ooit was. Het feest duurde voor eenmaal tot 6u in de ochtend, en dan ben ik nog met Arno, Emma en Lucas naar de afterparty in een hotel gegaan, waar we nog veel plezier hebben gehad met z’n vieren. Om 9u nadat we onze gigantische honger gestild hadden waren we terug in het hostel.

1 Januari hebben we vrijwel niets gedaan buiten geslapen en ’s avonds wat gegeten. Ons ticket was nog een nacht geldig en aangezien we betaald hadden konden we er maar beter gebruik van maken, hoe moe we ook nog waren. Maar wat we dachten was waar. Niemand gaat 3 avonden op rij uit naar dezelfde plek. Dus na een goede 5 min waren we weer buiten, maar niet naar bed nee, op naar La Iguana, die vrij vol zat. Het werd wederom 3u, maar het was goed lachen met 5 kerels die laten we zeggen helemaal zot gingen op de dansvloer, met een mengeling van moshpit en dancebattle.

2 Januari dan is een dag die goed in mijn geheugen gegrift zal blijven voor zowat.. altijd. In de ochtend namen we afscheid van Danny en zijn vrienden en dan stapten we terug in een watertaxi en op weg naar isla Bastimentos om daar eerst naar het dorpje Old Bank te gaan kijken, wat een arbeidersdorpje van een bananenplantage was in de 19e eeuw. Bijgevolg is de hele bevolking van ongeveer 250 man volledig zwart. Er hangt een nog sterkere rastasfeer dan in Bocas del Toro. Vervolgens hebben we 30 min door het oerwoud gewandeld om tot aan het afgelegen Wizard beach. Een prachtig strand, misschien het mooiste van de reis, met maar een 40-tal toeristen, waarvan een 5-tal surfers die van de gigantische golven genoten.

Eerst zijn we gewoon in het ondiepe water gegaan en dan ben ik met Isaiah wat verder gegaan om te gaan bodysurfen. Wat ik niet gezien had terwijl ik mij op de golven aan het amuseren was, was dat ik het net ter hoogte van een ripcurrent aan het doen was. Tegen dat ik het doorhad, was ik al een flink stuk van het strand verwijderd. Ik panikeerde eerst, maar vrijwel direct herinnerde ik mij het ‘wat-te-doen-in-een-ripcurrent’ bord op het strand. Dat was dus parallel aan het strand zwemmen tot de stroming naar zee toe afneemt en je terug naar het strand kan zwemmen. Andere mogelijkheid is ter plekke blijven en watertrappelen, wuiven tot ze je komen halen. Ik ging eerst voor de laatste mogelijkheid, maar mijn pogingen om te wuiven waren hopeloos want de golven waren te hoog. Arno zei: “Toen ge daar waart, konden we u koppeke zo om de 30 sec eens zien tevoorschijn komen vanachter de golven.” Ze hadden dus wel door dat ik ver ver weg was. Ik had ook door dat het watertrappelen mij alleen maar moe aan het maken was, en ik herinnerde me dat er helemaal geen lifeguard was op dit strand, dus begon ik te zwemmen. Ik bleef zwemmen en zwemmen maar vond nooit een afnemende stroming, en de golven waren 5 meter hoog en zo frequent dat ik tussendoor veel energie verloor met opnieuw naar boven zwemmen. De golven lieten mij zo hard rondtollen onder water dat ik er duizelig van werd als ik boven kwam voor lucht. Na een tijd van al dit vechten waren mijn armen en benen zo moe en leek het alsof ik al uren aan het zwemmen was. Ik kon niet meer energie opbrengen om te zwemmen dus spaarde ik alles voor het terug boven komen na elke golfslag. Ik herinner nog dat ik dacht dat het wel gedaan was nu, en het beeld van de rotspunt met palmbomen op welke ik mij zolang gefocust had tijdens het zwemmen  staat op mijn netvlies gebrand. Ik begon mijn hoop op surfers die mij kwamen halen te laten vallen en begon opnieuw aan thuis te denken, en ik zag allemaal herinneringen terugkeren die ik helemaal vergeten was, mijn familie en vrienden. Hoe ik zo ver was en niemand het kon weten. Hoeveel keer het voorbijflitste dat ik beter kon opgeven, maar telkens dat stemmetje in mijn hoofd dat antwoordde dat ik niet mocht opgeven, nog niet… Tot het andere stemmetje toch aan de winnende hand was. Ik kon het zelfs niet meer opbrengen om naar het strand te zwemmen toen ik opmerkte dat dat dichterbij was dan daarvoor, en dat ik opnieuw mensen kon zien staan. Dit was het sterkste gevoel van hoop en vreugde dat ik ooit heb meegemaakt, en ik kon op een of andere manier ergens terug kracht vandaan halen en begon moeizaam naar het strand toe te zwemmen, terwijl de golven nog steeds op mij inbeukten. Letterlijk de wil om te leven terugvinden. Nog eenmaal wuifde ik, maar ze waren uiteraard al met allemaal de afgelopen 20 min aan het zoeken geweest, en toen ik op ongeveer 40m was liepen ze met de 4 jongens in het water. Toen Isaiah op een paar meter was, stak ik mijn arm uit en gaf ik op, vertrouwend dat zij me op het strand zouden krijgen. Het gevoel van een hand die mijn arm vastnam was het beste ooit. Isaiah zei nadien: “Your face was empty, done, your lips were all purple, but your eyes were filled with gratitude. It was all so scary, you were almost gone forever.” Ik kon niets meer doen en zij moesten ook zwemmen dus soms lieten ze mij los door de golven, maar ik kon toch niets meer denken, het enige wat ik wist was dat ik niet zou doodgaan. Op een bepaald moment werd ik uit het water gehoffen. Ik kon letterlijk niets meer doen, mijn armen en benen en hoofd hingen gewoon. Ik ben nog nooit zo moe geweest als toen. Ze legden mij neer op het strand, en het laatste wat ik zag voor ik mijn ogen toedeed was de lucht die paars was, en gevuld met zwarte bollen. Isaiah bleef tegen mij praten om mij wakker te houden, en telde langzaam: “Een.. twee.. ,” om mijn ademhaling te regelen want mijn hart klopte marginaal snel door de adrenaline en vermoeidheid. Ik voelde niets en ik kon zelfs mijn armen of handen niet van de grond optillen, alsof ik met een tienmaal sterkere zwaartekracht te maken had. Ik luisterde, mompelde antwoordjes en gehoorzaamde aan het lome getel dat van heel ver scheen te komen. Na een halfuur konden ze mij rechtop zetten en water geven zonder dat alles enorm snel begon te draaien. Na een uur kon ik zelfstandig rechtop zitten en 2 uur later wandelde ik moeizaam rond. Ik ben nadien nog opnieuw in het ondiepe water gegaan, maar vrijwel direct ben ik dan een gigantisch zandkasteel gaan bouwen op het strand. Ik ben de jongens (Arno, Lucas, Phil en Isaiah) zo dankbaar, want als ze mij niet uit het water hadden gehaald dan ja.. Ook mijn beschermengel, danku, want net op het moment dat ik het gewoon wou opgeven werd ik terug naar het strand gevoerd, wat letterlijk net op tijd was. Ik kan het nog altijd niet geloven dat ik bijna dood was. Deze ervaring heeft mij veel relaxter en bescheiden gemaakt, en ik geniet nu van veel meer en maak mij niet meer druk als iets misgaat. Maar nogmaals: gracias amigos, les debo mi vida!

Diezelfde avond moest ik overal mee naar toe, hoe moe ik ook nog was, om te vieren dat ik de ripcurrent overleefd had. 80% van verdrinkingen in zee worden door ripcurrents veroorzaakt trouwens. Van alle mensen in Bocas was een heel groot deel surfer, en die kenden allemaal wel iemand als ik die het overleefd had, of iemand die het niet gehaald had. Ik werd dus de hele avond getrakteerd door mensen die ik niet kende en uiteindelijk ben ik nog met een Zweed aka Moustacheman, 45 jaar tot 6u ’s ochtends blijven zitten buiten aan het hostel om te praten.

De volgende dag wilden de meisjes ook een tour doen om dolfijnen te zien dus hebben we weer dezelfde tour gedaan, maar het was het eerste (buiten nieuwjaar) dat we met z’n allen samen deden. We gingen eerst naar een maritiem park, Cayos Zapatilla, naar 2 ‘Pirates of the Caribbean’-achtige eilandjes om daar een tijd op het strand te zitten en te zwemmen. Vervolgens was er weer het snorkelen op hetzelfde rif, waar ik weer meer vissen zag dan de laatste keer, zelfs een die aan het kakken was. Toen het al 4u was, en bijna begon te schemeren gingen we door naar de dolfijnen. Dit was blijkbaar niet het beste moment om te gaan kijken, want we waren de enigen en we hebben slechts 2 vinnen in de verte gezien. Bij het terugkomen zijn we langs de jachthaven gegaan waar we een gigantische jacht en een driemaster hebben zien liggen. ’s Avonds weeral naar La Iguana, voor de laatste keer met z’n allen want de volgende dag gingen sommigen vertrekken. De 4e dus was de regen weer terug. Het werkt zo, een paar dagen prachtig weer, open hemel en dan een paar dagen regen. Dus besloten we naar de vlindertuin te gaan. Het was een beetje duur maar het was wel enorm mooi en rustgevend. Aangezien het hard regende moesten we een tijdje wachten totdat het minderde en ze begonnen te fladderen maar het was zo mooi. Oranje, zwart en witte, gele, grote blauwe, doorschijnende, … Ook enorm grote rupsen, zo groot als mijn duim. Er waren ook kikkers: gouden, blauw met zwart, groen met zwart, … en een kalkoen. Door de regen moesten we snel terugkeren naar het hostel, maar met een boek kaarten kan je je altijd bezighouden. Die avond vertrok Isaiah. De volgende dag zijn we dan nog een fiets gaan huren om mee rond te fietsen op het eiland maar het regende weer dus buiten grijze stranden (playa Bluff en playa Paunch) en stormige zee hebben we niets speciaal gezien, en al onze kleren waren nat. Terwijl de rest terug aan het kaarten ging en Arno en Phil hun spullen gingen pakken ben ik nog op souvenirjacht gegaan. Dit is verschrikkelijk want ik wil steeds alles kopen, wat de komende weken bij het zien van elk standje zo was. De laatste avond waren we echter zo moe dat we niet meer konden uitgaan, en ook omdat alleen Lucas en ik nog overbleven.

De volgende dag, na 9 dagen en nachten van activiteiten overdag en steeds uitgaan tot 3u of later, heb ik dan met Lucas Bocas achter mij gelaten, op weg naar Puerto Viejo, Costa Rica. We zijn op weg gegaan met 4 chilenas van ons hostel die hetzelfde doel hadden. De grensovergang deed denken aan de film ‘Blood Diamond’. Het was een gigantische stalen gespannen brug, met een rijvak. De brug was helemaal geroest en er stond een klein hokje waar je je paspoort moest laten stempelen. Al bij al zag het er louche uit. Toen we goed en wel over de rivier waren moesten we een bus vinden. Een halfuur later was die er, maar in Costa Rica zijn ze nog minder punctueel in busuren dan in Panama. Na een dik uur op de bus moesten we in een stadje met de zelfde caribische rastasfeer als Bocas nog een eindje stappen naar ons hostel, Rocking J’s. Officieel het coolste hostel ooit: 3 hangars omgebouwd tot een hostel, 2 gevuld met hangmatten en een andere met dorms en plaatsen voor tenten. Elke avond een kampvuur en een activiteit, en alles was versierd door mozaïeken, schilderingen, gedichten en spreuken geplaatst door backpackers door de jaren heen. Na ons in een hangmat geinstalleerd te hebben (wat enorm comfortabel slaapt btw) zijn we nog het stadje gaan verkennen, wat heel gezellig was. De eerste avond daar hebben we een stel Costa Ricanen uit San José leren kennen, en een Griek en ook nog een Indiër die geweldig grappig Engels sprak. We hebben ze leren presidenten wat ze zo geweldig vonden dat we dat elke avond gespeeld hebben.

De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan en zijn we met de Griek en de Indiër een fiets gaan huren en naar een botanische tuin gegaan, wat eigenlijk eerder een wandeling door het regenwoud was, maar waar bordjes bij alle exotische fruitbomen stonden. We hebben cacao, banaan, ananas, limoen, citroen, mandarijn, peper, vanille, vijgen, guayabana, avocado, guave, … gezien. Ook (weeral) luiaards, eekhoorns en een toekan. Het leukste was op het einde wanneer de gids ons van alle soorten fruit liet proeven. Er waren dingen bij die ik nog nooit gezien had en waar ik geen naam op kan plakken. Ook hebben we het vruchtvlees van de cacaoboon gegeten wat als zuurtjes smaakte en zelfgemaakte cacao. Daarna zijn we met de fiets naar langs de baai gefietst en playa Negra, playa Punta Uva, playa Chiquita en playa Cahuita gedaan. Op deze laatste zijn we dan langer gestopt en hebben we boogeyboards gehuurd en daarmee dan de golven gaan opzoeken. Blijkt dat ik toch min of meer een trauma heb opgelopen want als ik de zee nu iets voel trekken aan mijn benen panikeer ik en sta ik binnen de 2 sec terug op het strand. Al bij al was het toch heel leuk. ’s Avonds moesten we lang opblijven want om middernacht was het de verjaardag van Lucas. We zijn dan met wat Duitsers gaan feesten waarbij Lucas nu heel de tijd getrakteerd werd en we hebben ons goed geamuseerd. Na uitgeslapen te hebben, zijn we een echte Franse baguette gaan halen en weer een fiets gaan huren en hebben we 13 km gefietst om een natuurpark te bereiken. Daar hebben we een stel gieren gezien en wederom een luiaard, maar ook aapjes in de bomen. In het park hebben we dan nog wat op playa Manzanillo gezeten voor dat we terugfietsten naar het hostel. In het hostel hadden ze op de grond een babyluiaard gevonden die we mochten vastnemen en aaien voor ze hem naar het rescue centre brachten. Het was onze laatste avond in Puerto Viejo en aangezien het ook Lucas’ verjaardag was hebben we in een restaurant de meest lekker pasta met zeevruchten gegeten. Volgende morgen vroeg eruit, en de bus naar San José op, waar we na de middag aankwamen.

Het hostel had warmwaterdouches, hele mooie badkamers, een gratis pooltafel en gratis pc’s met snel internet. Alleen de bedden piepten en het was vrij duur. Toch zijn we er drie nachten gebleven. We moesten nog wachten voor we in de kamer konden dus zijn we gaan sightseeën. Alle parken af en het museum van precolumbiaanse goud waar we de hele uitleg over prehistorisch en precolumbiaanse leven in Midden-Amerika kregen, wat voor geschiedenisliefhebbers zoals Lucas en ik interessant was! De gigantische hoeveelheid goud en keramiek was ook heel impressionant. Daarna zijn we nog heel lang op de Mercado de Artesanias blijven hangen, uiteraard voor souvenirs.
De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan omdat we nog 2 musea wilden doen, het Jademuseum, dat net als het goudmuseum dezelfde uitleg en keramiek had, maar ipv goud enorm veel blinkende jade in heel gesofisticeerde vormen. Dan kwam het nationaal museum, dat weer hetzelfde zei, en daar waren we het dus vrij snel beu. Goed dat we overal studentenkorting kregen. ’s Avonds waren de meisjes ook aangekomen maar zei vertrokken de volgende ochtend al naar La Fortuna, terwijl ik en Lucas een tour geboekt hadden.

De tour was duur en het was vroeg opstaan, maar het was zeker de moeite waard, vooral omdat we de enige twee op de tour waren en dus een gids voor ons alleen hadden. Om 6u ’s ochtends vertrokken we naar een koffieplantage in de heuvels, waar we ontbijt kregen en gratis van alle soorten koffie mochten proeven. Als beginnend koffiedrinker vond ik de lichtere heel lekker maar kon de sterkere niet aan. Daarna kregen we een hele rondleiding en uitleg over koffieproductie, waaruit bleek dat de plukkers per volle mand één dollar verdienen wat ik maar schandalig vond, want er werd toch een fairtradelabel opgeplakt op de koffie. Daarna zijn we doorgereden verder de bergen in, naar de vulkaar. Toen we de 2500m voorbij waren was het een en al bergvegetatie, met naaldbomen inclusief, wat absurd lijkt als je al maanden regenwoud en palmbomen ziet. Het was er net Oostenrijk. De top van de vulkaan was geweldig, adembenemend. Een gigantische rokende krater met een meertje van een goede 45 graden, met rood, geel en grijs langs de binnenkanten van de krater. Fantastisch om daar op het randje te staan, en de gids wist heel veel te vertellen wat het des te beter maakte. Een ervaring die niet iedereen meemaakt. Volgende stop: waterval. Niet veel speciaals maar toch leuk. Daarna zijn we in een bootje gestapt voor wildlifespotting op een rivier door de jungle. Langs de ene kant lagen kaaimannen in de zon en langs de andere zwemmende kindjes. Wederom apen, maar ook grote vleermuizen, leguanen met een vreemde oranje kleur, toekans, blauw met rode ara’s, witte reigers, een hertje en een hoop koeien. Op het moment dat er een tweede rivier bijkwam, en het dus tweemaal zo breed werd was het pas echt spannend. Dan konden we de 4m lange krokodillen in het water zien zwemmen naast de boot. Als we te dicht kwamen doken ze onder. We stopten ergens langs de kant in een privé natuurparkje waar we lunchten en weer koffie dronken. Eerst kregen we een gratis paardtochtje, wat eigenlijk helemaal niet moeilijk is. Paardrijden is makkelijk en in galop is het het leukst nog. Dan konden we (weeral) vlinders gaan zien, maar deze keer waren het stuk voor stuk nieuwe, en dan was er een kooi vol slangen waar we uiteraard niet binnen mochten, en dan weer een kooi vol kikkers waar je wel in kon, en er zaten zo’n honderd jeansbroek gifkikkers. Rood met blauwe pootjes dus. Dan was het slapen tot we terug waren in het hostel, waar we pool hebben gespeeld met de jongens die we in Puerto Viejo hadden leren kennen.

12 januari zijn we dan de meisjes achterna gegaan naar La Fortuna, het dorpje aan de voet van de Arenal vulkaan. Daar zijn we 2 dagen gebleven. De dag dat we aankwamen zijn we met de meisjes mee op een tour gegaan om toekans en adelaars te zien, waar we in geslaagd zijn, en ook om lava te zien. Daarvoor moesten we een stuk de vulkaan op, tegen dat we er waren was het vrij donker, dus de afdaling was nogal avontuurlijk, want het waren allemaal losse rotsen. Daar is mijn schoen droogweg in 2 gescheurd, dus had ik voor de rest van de vakantie geen schoenen meer. In de donkere hebben ze ons dan nog naar een warmwaterrivier gebracht, wat gewoon cool was, een rivier op 35 graden waar we nog lang gezwommen hebben en de Costa Ricaanse Guaro geproefd hebben wat de Panamese Seco zwaar overtreft. Voor wie seco niet kent, geen nood, het is zo goedkoop dat ik waarschijnlijk een paar flessen meenemen zodat iedereen er eens van kan proeven, en zich slecht kan voelen. De tweede dag hebben zijn we gaan raften, klasse 3 maar met een paar steilere rapids. Ik was natuurlijk mijn hostelhanddoek verloren dus kreeg ik mijn borg niet terug, maar dan zijn we de volgende morgen (14 januari) via het Lago Arenal naar Monteverde, om het ‘bos in de wolken’ te gaan bezien. Eerste activiteit daar was het bovenhalen van truien, het was verschrikkelijk koud. Zo’n 18 graden was het met veel veel wind, we konden het niet aan. We zijn naar de orchideeëntuin geweest en opmerkelijk, 75% van de orchideeënsoorten is zo groot als mijn duimnagel. Dus met een vergrootglas op stap, maar ze waren allemaal even mooi als de grote die iedereen thuis heeft staan, of zelfs mooier. De rest van de dag hebben we doorgebracht met schaak, 9gag en youtube. De volgende dag was het grote avontuur waar we hadden naar uitgekeken, de canopytour. Op gemiddeld 40 meter hoogte zijn we langs 12 kabels door de boomtoppen gezoefd. 3 van de kabels gingen 200m hoog en 600m lang boven een vallei, dus spectaculair, maar wacht. Er was een 40m hoge rappel langs een boom naar beneden en een 120m hoge tarzanswing van een klif waarbij je boven het regenwoud slingerde. Toch, het beste komt nog: 300m hoog, 1km lang, de supermanzipline. Je wordt met je voeten en je rug aan de kabel gehangen, dus horizontaal en op je buik, terwijl je naar beneden gaat. Je gaat zo’n 60kph en je voelt je als een vogel in de lucht.

De dag die nu komt was weer een zwarte dag op mijn tocht door Costa Rica. Na een heleboel bussengewissel stapten we op de ferry naar het Peninsula de Nicoya. Onderweg een zee van pelikanen op het water gezien. Aangekomen stapten de 600 mensen van de ferry en wilden allemaal in het ene busje naar Montezuma. Het moest slecht aflopen. Met veel geduw en getrek zijn Lucas en ik uiteindelijk op de bus, wanneer een klein dik mannetje met een snor door de menigte op de bus kwam wringen, weer terug ging en gewoon afstapte. Raar, dachten wij gewoon, tot ik een halfuur later in een ietwat legere bus opmerkte dat mijn camera en portefeuille weg waren. Het ergste vond ik al mijn vakantiefoto’s.. En dan moest ik dus ook zo snel mogelijk mijn creditkaart laten blokkeren en geld vinden. Het eerste was makkelijk, en Lucas heeft mij dan uiteindelijk 75 dollar geleend. Daarmee heb ik dan heel zuinig eten gekocht, en twee nachten in het hostel betaald. Vervolgens zijn we de meisjes gaan zoeken, hebben we wat gepraat en ben ik met Lucas een sixpack gaan halen en hebben we ons op een strandje gezet, want er waren miljarden sterren te zien, zelfs de lichtblauwe band van de melkweg kon je zien. Weer iets wat je in België nooit kunt zien. De volgende dag een wandeling tot aan een stel watervallen. De eerste was een 40m hoog, maar we zijn verder geklommen tot aan de 2e die zogezegd 20m hoog was (maar in mijn bescheidenheid zeg ik 15-18m) waar je kon afspringen. Dit was hoger dan ik dacht, maar ik heb niet lang boven gestaan, en wanneer je dan beneden in de poel zat kon je tot aan de rand van de eerste 40m hoge zwemmen en naar beneden kijken, wat het gevoel gaf alsof je op een hoog gebouw in een zwembad aan de rand zit. De 3e was maar 4m maar er hing een koord om jezelf in het water te slingeren. Dat was de laatste dag van de vakantie, en ’s avonds zijn we nog iets gaan drinken. Mijn iced coffee was gewoon koude slappe koffie dus ik vond het niet zo geslaagd maar er was een kampvuur op het strand wat het weer beter maakte.

We zijn nu 18 januari en op weg naar San José waar we de bus naar huis gaan nemen. Op de ferry het dikke ventje weer gezien wat vrij frustrerend was want je kan niets doen. In San José hadden we minder geluk want we moesten nog een dag wachten op een volgende bus naar Panama City. Mij kwam het goed uit want ik had zo alle tijd om mijn klacht te gaan indienen in het hoofdkantoor van de politie. Maar goed dat ik genoeg tijd had want die kerel was rustig facebook aan het doen, tot ik vroeg of hij wou doordoen. ’s Avonds tot laat gepoold, we zaten in hetzelfde hostel, en de volgende ochtend van mijn laatste warme douche genoten, want het duurt misschien nog wel 5 maanden tot ik er weer een kan nemen.. De bus daarentegen was duur maar wel een luxe. 15u op een 5 sterren bus die bijna leeg was. De laatste nieuwe films recht uit de cinema, en zetels die helemaal plat konden en killer airco. Minder was dat we om 3u ’s nachts aankwamen in Albrook terminal, en dus daar hebben moeten slapen voor we de 20e om 9u naar de office konden waar ik meteen de diefstal kon aangeven. Daarna ben ik nog met Chayenne en Lucas naar Sherlock Holmes: Game of Shadows gaan zien, wat een goed plot had. Dan op weg naar huis. 20 januari om 21u was ik thuis, na 24 dagen op reis te zijn geweest. Het deed goed om te zien dat mijn zus en haar vriendinnen veel Rummikub spelen, en dat de kalender die ik gegeven had aan de muur hangt. De vuilbak helaas is naar de knoppen maar dient nu als steun om aan de bovenste schappen te kunnen. Mijn koffietas van Costa Rica heeft een ereplaats op de kast en mijn mama was blij met het spiegeltje in hardhouten houder.

Ondertussen moet ik ook nog melden dat de breakdancecrew door ruzie uiteengevallen is, af en toe oefenen ze individueel nog wel, maar met mijn rug kan ik het toch niet meer meedoen. Dus om de tijd de doden doe ik nu thuis veel rugoefeningen om die te versterken. Ook hebben we mijn (jawel van mij alleen nu) kamer geschilderd in een roomachtig wit en alle gaten dichtgedaan met gips en het zit het veel frisser uit nu. De living heeft ook een kleur gekregen, iets blauwachtig maar ik kan er geen naam op plakken maar ik wordt er ’s ochtends misselijk van. Tot zover deze extra lange update, we zijn nu 6 maanden ver, en het zijn bijna carnevales. Misschien komt er nog iets bij tussen nu en dan, wegens mijn verveling die een hoogtepunt bereikt. Saludos y hasta entonces!