Deze maand was hoewel ik het niet verwacht had toch een van de drukste tot nu toe. Dingen die vorige week nog maar gebeurd zijn lijken al eeuwen ver weg. Het eerste weekend van de maand was het Pasen. Pasen is hier (of toch bij mij thuis) voorbijgegaan alsof het een gewone dag was. Geen chocolade paaseieren of hazen, gewoon een zondag, hoewel dat mijn mama wel naar de kerk is geweest ’s ochtends. In de Goede Week ervoor, was er ook niet veel te beleven, buiten dan dat we voor de eerste keer in het jaar vis hebben gegeten. Te zout klaargemaakt weliswaar. Met Stille Zaterdag ben ik nog naar een feestje geweest in de middle of nowhere, playa Cambutal. Er is geen openbaar vervoer tot daar, het ligt op 2u van de verst gelegen stad in het land. Een zware vergissing dus, want zoals verwacht was er dus bijna helemaal niemand. Loes vertelt mij de volgende dag dan hoe zalig het feestje hier in Chitre was.
Deze week die op Pasen volgde ben ik begonnen als vrijwilliger in het IPHE, het panamees instituut voor kinderen en jongeren met een handicap. Ze hebben mij bij een klasje van vierjarigen gezet, 13 in totaal. Omdat er in veel gevallen nog moet onderzocht worden wat er precies aan de hand is, zitten er een heleboel verschillende ziektes en syndromen bij elkaar. We hebben er 3 met het syndroom van Down, mijn favorieten. Ze zijn stuk voor stuk enorm schattig, vooral als ze zo overduidelijk hun emoties tonen. 2 hebben er autisme, heel verschillend van karakter zijn ze ook. De ene is wat je stereotiep zou verwachten terwijl de andere heel actief en vrolijk is. Dan hebben we nog motorische en mentale achterstand, waarvan een zwaar gevalletje. Dat meisje heeft desondanks toch een oogje op mij, want ik mag al niet meer weg van de stoel naast haar of ze wordt verdrietig. Het is zwaar werk, vooral mentaal dan, maar het loont wel. Ik heb nog nooit iets gedaan dat mij zoveel voldoening heeft gegeven. Het is moeilijk te beschrijven, maar je voelt ook zoveel liefde als je daar in het klasje staat en alle ouders zijn met hun kindjes bezig. Wonderbaar gewoon, het is fantastisch.
Het weekend van de 15e was beter. Dan ben ik ’s vrijdags naar playa Venao vertrokken, waar Arno en Isaiah al waren. Op zaterdag begonnen namelijk de World Surf Games voor min 18. Tot maandag zijn we er gebleven. Minder was wel dat alle prijzen omwille van het kampioenschap gestegen waren, we hebben dus 3 keer zoveel betaald voor onze tent, en Isaiah had meteen de enige matras ingepikt dus heb ik 3 nachten op de stenen geslapen eigenlijk. Veel beter is dit: we zijn elke dag gaan surfen, en de golven waren goed te doen voor beginners zoals ik en Isaiah. Op Zaterdagavond was er een feestje op het strand, niet met de deelnemers uiteraard maar er was wel heel veel volk, en eindelijk nog eens goede muziek. Zondag begon het dan eigenlijk pas echt, en we hebben de hele dag liggen kijken naar de tricks van die jonge gastjes (en meisjes). Maandagochtend en blut (zoals dat altijd onverwacht gebeurt) zijn we maar terug naar huis gegaan. Er volgt een week van werk in het IPHE, en dan is het een nachtje in de city, nu geen roofparty maar een bootparty. We waren met een enorme hoop AFSers (zie foto’s) en hebben ons keihard geamuseerd. In het begin was er geen drank, waardoor er een enorme hoop klagende feestgangers bij de bar stonden. Dan was er ook nog het feit dat wanneer de boot een stukje vaarde, alle dronken mensen omvielen. Zalig spektakel! De volgende dag vroeg naar huis, maar uiteraard niet zonder nog eens bij de foodcourt in de mall te stoppen. Ik heb nu alle fastfoodketens die er zijn (een 25-tal) en ben van mening dat Wendy’s de beste burgers heeft. Vers zelfs, en zo dik als drie Mc Donald’s burgertjes opeen. Daarna zijn we nog even een film gaan checken, en de vergissing gemaakt Zara binnen te wandelen voor naar huis te gaan en weer allemaal met een zak buiten te wandelen. Het was Isaiah’s schuld, hij wandelde eerst binnen. Thuis aangekomen begon de sleur weer, maar ook de laatste nachtjes slapen tot mijn verjaardag!
Mijn verjaardag begon hier niet op 26 maar op 25 april. Niet leuk, maar begrijpelijk. Mensen in Belgie waren niet echt rekening aan het houden met het tijdverschil van 7u dus rond 5-6u ’s avonds begon mijn gsm vol te lopen met wensen. Tja, ik heb mijn gsm dan weggelegd en vroeg gaan slapen. 26 april ben ik opgestaan om 9u. Ik heb eerst nog de paar aangekomen berichtjes gelezen en heb dan mijn slaapkamer verlaten. Doodstil in huis, iedereen was naar school of naar werk. Mijn spiegelbeeld kon mijn “gelukkige verjaardag!” toch wel apprecieren. Erger was dat er maar een tweetal maistortillas over waren voor ontbijt. Ik heb snel een douche genomen en ben dan naar Loes thuis gestapt, om iets te gaan ophalen, maar ook uit nood aan vrienden op mijn verjaardag. Ik werd daar met open armen ontvangen, en de mama heeft mij croque monsieur en macaroni and cheese voorgezet, en daarna een stuk meloen. Ik heb zelfs Belgische chocolade gegeten! Daarna mocht ik van Loes haar laptop gebruiken om de mails van mijn ouders en broers te lezen en naar mijn opa en familie te bellen in BelgiĆ«. Kort maar heel welkom. Dat Thomas belde maakte het nog beter en toen mijn Panamese AFS makkers begonnen te bellen kon het even niet stuk. Toen moest ik weer naar huis. Thuisgekomen heb ik een gelukkige verjaardag van mijn zusje gekregen, en heb ik mijn netbook genomen en heb mij aan de unief gezet om even mijn facebook te checken. Veel mensen uiteraard, sommige van wie ik het niet verwachte en sommige niet van wie ik het wel verwachte. Maar goed, dan kwamen Lucas, Arno en Isaiah aan, met geweldige cadeau’s. We zijn bier gaan inslagen in de supermarkt, en dan zijn we nog gestopt bij Mc Donald’s. Daarna naar huis, waar mijn ik van mijn geweldige oudere broer een dikke knuffel kreeg, en van mijn mama mijn bord rijst met kip. Gelukkig waren mijn vrienden er nog, anders had ik het maar wat genant gevonden. Mijn middelste broer had namelijk vorige week een taart, cadeaus en zijn lievelingseten gekregen… Maar niet geklaagd, ik ben dan zo snel mogelijk vertrokken thuis, naar Angel en dan zijn we met zijn allen naar de Feria vertrokken. Voor we de PH binnengingen zijn we nog eerst in de Panamese versie van de sledge hammer geweest, en een rollercoaster. Ware hel maar grappig. De sledgehammer ging overkop, en was een kooi dus je moest je echt vast houden of je viel heel de tijd van de vloer op het plafond en omgekeerd. Een deur van een lege kooi vloog tijdens de rit open. De rollercoaster had zo’n korte bochten dat je hoofd pijnlijk veel tegen de kanten sloeg en je wilde liefst zo snel mogelijk uitstappen. Dan zijn we maar gaan fuiven, ik alleen met de beste maten en het was toch nog een succes. Om 4u en nog wat zijn we dan thuisgekomen (denk ik).
De volgende middag zat ik alweer met Lucas op de bus, op weg naar Boquete in het Panamese hoogland. Eenmaal daar, meteen verliefd. Lekker koud, wolken en wat lichte regen, dennenbomen, … Het leek op Monteverde in Costa Rica. Chayenne, Tuva en Frida (laatste twee zijn Noorse meisjes) waren er al en ik kreeg nog een zak vol marsepein, peperkoek en chocotoffs als cadeau. Ik heb mezelf getrakteerd op een geweldige pizza, en heb dan weer tegen Lucas geschaakt. Historisch, hij heeft mij een keer verslagen. Zaterdag terwijl de meisjes naar een koffieplantage gingen kijken zijn wij het materiaal voor de beklimming van de volgende dag gaan huren en tweedollarzwembroeken gaan kopen. In de namiddag zijn we namelijk naar de warmwaterbronnen geweest. Zalig, van 40 graden naar de ijskoude rivier en terug. Om het nog perfecter te maken waren er aapjes in de buurt, en we hebben zelfs een buffel gezien. Dan na een noorse film over Nazi-zombies met superkrachten zijn we maar gaan slapen. Zondag zijn we dan aan de beklimming van de vulkaan begonnen. Het is het hoogste punt in Panama, met 3476m. We zijn vertrokken op 1600 en nog wat meter, en het was in Panamese kilometers 13,6, hoewel waarschijnlijk meer in echte kilometers. Het goot en we hadden rugzakken met slaapzakken, tenten, dekens, 4 liter water per persoon en eten voor 2 volle dagen mee. Ware hel om omhoog te gaan, want we hadden geen bergschoenen en de modder en keien waren moeilijk voor houvast. Iets na valavond hadden we de kampplaats op 3200m bereikt en de tenten opgezet. We zijn meteen in de tent geschoten en probeerden ons warm te houden, want temperaturen waren gezakt tot 3 graden celcius. Gelukkig was er krantenpapier, wat ik in alle mogelijke plekken van mijn kleren heb gestoken. Om 5u ’s ochtends hebben we het laatste halfuurtje tot aan de top gedaan, om de zonsopgang te zien. Er waren nog 4 andere wandelaars, en we hebben tot 7u op de top gezeten. Het was prachtig, zo majestueus. Langs de Caribische kant een gebroken wolkendek en de opkomende zon die schitterde op de zee, en langs de andere kant een gigantische cumulonimbus met bliksemschichten die langzaam optrok om de Pacifische oceaan te laten zien. Langs ons waren kliffen die naar de diepte van de krater leidden, en je kon alle steden uit de buurt zien, zelfs Bocas del Toro. Om 7u zijn we maar terug naar de kampplaats gegaan en hebben we rustig ontbeten in de warme zon. Het deed mij denken aan Oostenrijk. Om 9u zijn we gepakt en gezakt naar beneden vertrokken, wat ons in de zonnige dag maar 3u kostte. Uitgeput meteen de bus op en naar huis. Maar het was nog niet voorbij. In Santiago heb ik de laatste bus naar huis gemist, en heb ik via via met kleine busjes, met een vriendelijke bomma, en te voet de weg naar huis gevonden en heb ik mij uiteindelijk om middernacht moe op bed kunnen neerleggen. Nu ben ik de laatste twee dagen ziek in bed gebleven, door de regen en de kou in de bergen waarschijnlijk, maar morgen vlieg ik er weer tegenaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten